Tag: Vrouw & ambt

  • Hoe een rapport vóór de vrouw in het ambt je haast tot een tegenstander maakt.

    Een nabrander n.a.v. het rapport ‘Elkaar van harte dienen’

    Opmerking vooraf: Ik schreef deze blog in april 2021, maar had toen geen gelegenheid die te publiceren; dat doe ik nu, in 2026.

    Hoe kan een rapport dat pleit voor de vrouw in het ambt je er bijna toe brengen om een tegenstander daarvan te worden? Dat overkwam mij toen ik [in april 2021] ‘Elkaar van harte dienen’ las, het rapport dat op de GS van de GKv te Goes 2020 heeft gediend als basis om de bezwaren te beantwoorden die waren ingebracht tegen het besluit van de GS Meppel 2017 om de kerkelijke ambten open te stellen voor vrouwen.

    De lectuur van dat rapport was voor mij een inhaalslag; toen het verscheen, was ik nog predikant in België en volgde ik de ontwikkelingen binnen de GKv niet op de voet. Voor mezelf was ik al eerder tot de overtuiging gekomen dat het een goede zaak is dat ook vrouwen ambtsdrager zijn. In m’n tijd in Brussel had ik een vrouwelijke collega, en dat was een goede ervaring. Vanuit die achtergrond begon ik het rapport te lezen, in de verwachting in mijn mening bevestigd te worden. Maar het omgekeerde gebeurde…

    Hoe kwam dat? Door de manier waarop het rapport omgaat met Bijbelse gegevens. Vooral die van de eerste hoofdstukken van Genesis. Welk beeld geeft het begin van Genesis van de man-vrouw verhouding volgens het rapport? “Het laat zien hoe man en vrouw beiden naar Gods beeld geschapen zijn, dezelfde hoge cultuuropdracht gekregen hebben om uit te voeren, elkaar in aan te vullen en complementeren. Dat deze harmonieuze beginsituatie vervolgens stevig wordt aangetast en ontaardt in allerlei vormen van ongelijkheid, vraagt niet om aanpassing van het ideaal maar juist om het streven naar herstel ervan” (8, vgl. ook 43). Dus: vormen van ongelijkheid die je in de eerste hoofdstukken van Genesis tegenkomt, zijn een ontaarding vergeleken met de beginsituatie vóór de eerste zonde. Die wordt getypeerd door gelijkheid. Zou het waar zijn?

    Gelijkheid?


    De schrijvers van het rapport realiseren zich dat de beschrijving van de man-vrouw relatie in Genesis 1 en 2 gekleurd kan zijn door de culturele context van het oude Nabije Oosten (11). Maar als je het rapport mag geloven, is die invloed heel beperkt geweest. Dat man en vrouw na elkaar en op een verschillende manier geschapen zijn impliceert volgens het rapport geen onderschikking van de vrouw (in ieder geval: dat “volgt niet dwingend” uit de weergave van de gebeurtenissen); Genesis 2 noteert het slechts als “kaal feit” (12). Bij het feit dat de man zijn vrouw haar naam geeft gaat het niet om gezag (tenminste: “niet allereerst”) (12, 13, 16). Het feit dat de vrouw wordt gepresenteerd als helper van de man betekent niet dat de vrouw wordt getekend als de mindere van Adam, maar het wijst juist op gelijkwaardigheid (12-13). Het feit dat God na de eerste zonde eerst de man ter verantwoording roept, en niet de vrouw, suggereert een ongelijkheid (‘Adam eerst’), maar dat is volgens het rapport een gevolg van de zondeval (15). Kortom: “De relatie tussen man en vrouw bij de schepping kenmerkt zich daar door eenheid en gelijkwaardigheid. Van een normatieve asymmetrische structuur door God in de schepping gelegd, is geen sprake” (17).

    Asymetrisch


    Of die structuur normatief is, is een ander punt (daar ga ik het straks over hebben). Maar dat de relatie tussen man en vrouw, zoals Genesis 2 die tekent, asymmetrisch is, valt toch moeilijk te ontkennen, lijkt me. Henk de Waard (docent TU Apeldoorn) wees daar terecht op in een theologenblog op de site van het Nederlands Dagblad d.d. 17 juli 2020. De ‘mens’ die God maakt (Gen. 2.7) blijkt een man te zijn; de vrouw komt pas later, en het gaat verder ook steeds over ‘de mens en zijn vrouw’. Het feit dat de vrouw uit de man gemaakt wordt, en dat de man de vrouw haar naam geeft – het wijst allemaal op een zekere rangorde. Ook het feit dat de vrouw wordt geschapen als ‘helper’ van de man (is het binnen Genesis denkbaar dat het andersom zou zijn geweest?) is veelzeggend; het feit dat ook God onze helper wordt genoemd (terwijl Hij natuurlijk niet onze mindere is) doet daar niets aan af. Het feit dat de slang zich tot de vrouw richt en niet tot de man, betekent een omkering van de man-vrouw verhouding. God zet dat recht wanneer Hij wel eerst de man aanspreekt. Kortom: de manier waarop de man-vrouw relatie wordt getekend is niet maar op een enkel punt, maar op heel veel punten gekleurd door de culturele context van het oude Nabije Oosten.

    En dus begon ik begrip te krijgen voor degenen die de conclusies van dit rapport afwijzen. Bijvoorbeeld de raad van de GKv Capelle-Noord. De synode doet in haar uitleg onvoldoende recht aan gegevens uit de tekst van Gen. 1 en 2 (en 3), stelt die kerkenraad in een reactie op het synoderapport ‘Elkaar van harte dienen’.1 Daar heeft hij dik gelijk in. Een besluit om de ambten open te stellen voor vrouwen dat op zo’n omgang met teksten is gebaseerd, is weinig overtuigend. Ik zou me haast gedwongen voelen om te wisselen van ‘kamp’ (vergeef me de polariserende uitdrukking): terug naar de Schrift! Terug naar de uitsluiting van vrouwen uit kerkelijke ambten! (Maar dan ook doorpakken: geen vrouwen meer in leidende functies in de maatschappij!)

    Wat is het probleem in het synoderapport? Het doet alsof het veranderde standpunt m.b.t. vrouw-en-ambt alleen maar voortkomt uit een veranderde exegese. En daar kan toch niemand iets tegen hebben? We zijn toch niet gebonden aan traditionele exegeses? “We hebben te maken met verschillen in interpretatie van de Schrift tussen mensen die allemaal het gezag van de Schrift erkennen en zich naar eer en geweten beroepen op Bijbelteksten en op de Bijbel als geheel” (44). Iedereen kan gerust zijn, toch? Nou, als het alleen zou gaan om de interpretatie van Bijbelteksten zou ik niet gerust zijn, evenmin als Capelle-Noord. Want aan cruciale Bijbelteksten uit Genesis 2 (de man-vrouw verhouding voorafgaand aan de zonde) wordt exegetisch helemaal geen recht gedaan.2

    Normatief?


    Maar er is veel meer aan de hand dan ‘alleen maar’ nieuwe exegetische inzichten. Per saldo zegt de synode: de patriarchale man-vrouw verhouding zoals we die in de Bijbel tegenkomen, niet pas als ontaarding van een oorspronkelijke gelijkheids-verhouding, maar zoals ook de eerste hoofdstukken van Genesis die verhouding tekenen, is voor vandaag niet normatief. Dat is een spannende conclusie die om een hermeneutische verantwoording vraagt – maar die ontbreekt nu juist.3 De synode neemt afstand van de suggestie dat er aan ‘nieuwe hermeneutiek’ wordt gedaan, in de zin van: de Bijbel laten zeggen wat jij wilt dat ze zegt. Maar juist doordat de synode suggereert dat de discussie vrouw-en-ambt wordt beslecht door een alternatieve exegese, wekt zij (bij Capelle-Noord bv.) de indruk dat ze precies dat wel doet. Wás er maar sprake van een nieuwe hermeneutiek, in de zin van: een verantwoording voor de manier waarop met de Bijbelteksten wordt omgegaan, en m.n. hoe er wordt omgegaan met de beschrijving van hoe God de dingen, ook de man-vrouwverhouding, geschapen heeft. Ik denk dat de synode er goed aan gedaan heeft om de ambten open te stellen voor vrouwen. Maar zo’n besluit heeft meer nodig dan een nieuwe exegese van een aantal teksten waarvan we vroeger niet en nu wel inzien dat de gezochte ruimte er tóch is. Dat is gewoon niet geloofwaardig. Door zo te argumenteren, organiseert de synode zelf het verzet tegen haar besluit. We moeten meer beseffen dat zulke debatten niet worden beslecht door een exegese van relevante teksten zonder meer. Wat Matthijs Haak treffend schreef n.a.v. een voorganger van het nu besproken synoderapport geldt ook voor ‘Elkaar van harte dienen’: “[Want] bedenk eens het volgende. Vervang in het rapport het woord ‘vrouw’ door ‘homo’ of ‘lesbienne’. En vervang dan het woord ‘ambt’ door ‘huwelijk’. En ga dan de Bijbel lezen over relatie(vorming). Dan hebben we gelijk een rapport over homoseksualiteit gereed waarin zou staan dat homoseksuele relaties ‘Bijbels’ zijn.” En opnieuw zal misschien gezegd worden: we zien nu dat de betreffende teksten wel ruimte bieden voor homoseksuele relaties, terwijl we die ruimte vroeger niet zagen. Gewoon een kwestie van een andere exegese. Nu ik het rapport ‘Elkaar van harte dienen’ gelezen heb, zou het me niet verbazen als een volgende synode inderdaad zo’n rapport zal aanvaarden.4

    Voor alle duidelijkheid: wat ik hierboven schrijf, staat los van conclusies over vrouw-en-ambt respectievelijk homoseksuele relaties. Wat mijzelf betreft: ik denk dat het eerste een goede zaak is, terwijl ik tot nu toe Bijbels gezien geen ruimte zie voor homoseksuele relaties. Maar zoals voor het eerste het niet voldoende is om te bepalen hoe Genesis de man-vrouw verhouding tekent, zo is het voor het tweede niet voldoende om te constateren dat Genesis man en vrouw seksueel aan elkaar verbindt. We hebben (een nieuwe) hermeneutiek nodig.


    1. Het document van de GKv Capelle-Noord is gedateerd 29 mei 2021, later dan deze blog; ik zag indertijd een voorloper van dit document. ↩︎
    2. Zo’n omgang met teksten valt me vaker op: elementen die de te nemen conclusie in de weg dreigen te staan worden zo gemasseerd dat ze die conclusie ‘bij nader inzien’ toch niet tegenspreken. Het trof me bijvoorbeeld bij het lezen van het boek van Henk G. Geertsema, Schepping & evolutie. Blijvend conflict of verrassende ruimte (Amsterdam 2021), zie de derde in m’n serie van drie blogs waarin ik op dat boek reageer. ↩︎
    3. Dezelfde spannende stellingname trof ik aan in het boek van Henk Geertsema, Schepping & evolutie (zie noot 2). In zijn benadering van het gezag van Bijbelteksten is het begrip ‘kennishorizon’ belangrijk: inzichten van Bijbelschrijvers kunnen te maken hebben met hun beperkte kennishorizon, en zijn voor ons dan niet gezaghebbend. Dat geldt volgens Geertsema niet alleen voor geografische, geologische en historische kennis, maar ook voor de ethische en geloofsinzichten van de Bijbelschrijvers (36). De vraag is dan natuurlijk: hoe onderscheid je tussen een inzicht dat is bepaald door een beperkte kennishorizon, en de boodschap die voor ons wél normatief is? ↩︎
    4. [Ik schreef dit in 2021, voordat de synode van de NGK (waarin de GKv ondertussen zijn opgegaan) van Deventer op 8 maart 2025 een aantal besluiten nam i.v.m. homoseksuele relaties.] ↩︎